Leiderschap van Nu & Jezelf zijn

Jezelf zijn-

cropped-531857_391415660942599_1430042421_n.jpg

Jezelf zijn, het lijkt en klinkt heel normaal en logisch en toch is het vaak niet zo. In het managementleven zien we dit vooral nog heel sterk wisselen. Mensenmensen Human Design is de toekomt en daarvoor zijn kwaliteiten nodig en heb je die niet dan ga je niet mee met de veranderingen en dat is een grote uitdaging. Ook voor onszelf om de anderen met onszelf mee te nemen in dit AVONTUUR van de toekomst.

Je moet jezelf snel kunnen aanpassen en snel zijn dus in de communicatie hoge waarden belichamen en principes nakomen op de langere termijn omdat we alles gaan vervangen met robots en computers, technologie staat niet stil.

Iedereens Journey gaat dus echt hierover en we zijn allemaal met deze Sociale Innovatie bezig  dus voor mij is deze kwaliteit noodzakelijk om haar te bewaken, innovatie en oplossingen aan te reiken met een methode en tools zodat de communicatie kan verhogen in de samenleving en dat kan ik doen, omdat ik in de choas de complexiteit heb leren zien en lezen, hoe je daarin de rode draad kunt zien …dit is mijn expertise nu na meer dan 17 jaar studeren in de Systeem Wetenschappen, in de Theorie waarin Verandermanagement een natuurlijk onderdeel is net als Leiderschap.

 

Ben gestart als Ambassadrice in dit network en nu actief participant met de Consultants zelf en de grondleggers. en zelf ingegroeid als Consultant om specialisme aan te reiken binnen leiderschaps consultancy.

Samenwerkingen opzetten en met andere Systeemwetenschappers de methoden bundelen en deze nieuwe taal verspreiden is een samenwerking die zo gegaan is, als Practitioner in dit avontuur gestapt in 2011; Ben werkzaam op de locatie vanuit Kortgene in Nederland. Het is 46 jaar geleden dat ik werd geboren in London, my first hometown.

In Nederland en paar jaar in Duitsland opgegroeid en diverse ervaringen opgedaan in verschillende leefvelden binnen divese culturen dus, en dat op jonge leeftijd in Amsterdam, Den Haag en in NoordBrabant meerdere jaren, netwerken en groeien, dat zijn soft skills, de Soft Technologies daarover gaat mijn avontuur en daarover gaat iedereens avontuur, over die groei. DIE CULTUURVERSCHILLEN dat is de complexiteit en daar hebben we nu allemaal mee te maken.

Ons eigen leven en onze eigen navigator zijn. ..vanuit de technologie van informatie en communicatie.

De interactieve connectie is het pro actief zijn en die eigenschap is de basis binnen deze nieuwe generatie Leiders. Je begint met het einde voor ogen en je doet de belangrijkste zaken eerst; Eerst zelf begrijpen en dan begrepen worden. Door jezelf open te stellen voor de meningen van anderen ; Communicatie is de belangrijkste vaardigheid in ons leven. Je kunt niet niet communiceren!

Deze passie leren ontdekken en zien wat je van nature doet.

Hoe navigeer je het beste en wat is je diepste roeping en je passie en je talent? Dit moet snel opgepakt worden en heel snel schakelen want anders voel je jezelf niet meer meedoen met de samenleving en lig je eruit, dat ga je voelen in openbare gebouwen en op straat als mensen eruit liggen en geen passie meer voelen dus dit gaat ons allemaal aan!

Communicatie en Technologie van georganiseerde communion en de technologie van Informatie en Communicatie daarover gaat de Systeem Beweging waarin we een ontwerp zien en ontwikkeing van innovatie van systemen.

Jezelf zijn klinkt heel basaal maar toch is het niet altijd zo simpel, dingen eenvoudig maken en simpel houden is een roeping. Ben zelf vanuit die basis  als tolk en facilitator actief in wereldwijde labs. Conferenties waarin ik word ingebeld via Skype en heb mogen oefenen met online virtuele platformen, starten met bloggen, twitter en in diverse groepen en communities met informatie en communicatie onze projecten gaan delen, en dat was in het begin heel erg spannend maar ik heb het gedaan en dat is hoe ik ben thuisgekomen en uiteindelijk naar Wenen ben gegaan om mee te doen aan de experimenteren samen met Alexander Laszlo.

 

 

We zijn daar met Syntony Café gestart, 2 daagse workshop en zo toegang gekregen op 06/06/14, verantwoordelijk voor het colloquium is Alexander Laszlo en het is eervol om met hem samen te werken. De reden dat hij dit is aangegaan is ontstaan door deze Eigen persoonlijke stijl en authenticiteit. Ben hoofd verantwoordelijk voor de marketing van de Internationale online en virtuele netwerken en samenwerkingen –

Het thema wat we overal zien in deze tijd in deze periode is:  Hoe je jezelf kunt zijn en hoe je het beste uit jezelf kunt halen? Persoonlijke groei vraagt om facilitatie, en dat begint met gewaarwording van je sensaties en het hier en nu.

De belangrijkste hersenstructuren en de manier waarop informatie via neuronencircuits wordt gekanaliseerd, ons aanleiding gaven te veronderstellen dat de hersenen zijn uitgerust met een neurologisch mechanisme voor zelftranscendentie.

Je moet eerst contact maken met je lichaam en geest verbinding om met diepere dimensies te gaan werken.

Expanderen van het idee dat we gescheiden zijn en opgesloten zijn in onze persoonlijke geest, tot een besef van de unieke emanatie die ieder van ons is, als een geindividualiseerde uiting van het Ene Bewustzijn dat in heel zijn volheid tegenwoordig is. Dit proces voltrekt zich op kosmische schaal en dat begint in ons Eigen innerlijk op lokaal nivo te ontplooien.

Hoe herken je deze mensen?

Ze stralen een ervaring en toestand uit, van volheid, vrede, schoonheid, gelukzaligheid, vreugde en mededogen, en dat is in hun innerlijke geactiveerd. Het is in harmonie zijn met de fundamentele ordening van het :   Zijn, je Eigen essentie.

We noemen dit de kinderen van het universum en van hetzelfde gemaakt als de sterren.

Alle boeddha,s en alle intuitieve en voelende wezens zijn niet anders dan dit Ene Bewustzijn, waarbuiten niks kan bestaan.

Je hoeft alleen maar te ontwaken voor dit Bewustzijn, de levenskracht die al het bestaande beweegt en in stand houdt, de evolutionaire impuls in ieder van ons en in heel het Universum. Ik ben bewust van deze inspiratie en dankbaar en voor alles wat goed voelt, daarom met feel good Education bezig en met geweldloze communicatie en lifestyle Modulen voor Leiderschap.

Als kind ook tijd doorgebracht in het onderzoeken van de wereld van religie dus het mystieke pad is altijd onderdeel geweest van mijn Eigen levensstijl en dat is spiritualiteit. Wijsheid die uit je ziel komt en een eenheid voelen, door de 1 God genoemd en door de ander Brahman of de Heilige Geest of the Universele – Het is het inzicht wat beweegt wereldwijd hoe we niet alleen in rationele, tijdgeorienteerde linkerhelft van ons brein bezig kunnen zijn met alleen maar spreken, lopen en lezen en schrijven. Kennis van de manier waarop ons brein werkt stelt ons in staat in te zien hoe we ook zijn uitgerust met een neurologisch mechanisme voor zelftranscendentie. De manier waarop we dan spreken, schrijven en luisteren is dan een uiting van respect en mededogen voor anderen en onszelf, een pad van leren en delen. De tools van Syntony zijn daarom zo innoverend, de compass en de ladder zorgen voor een malletje, je kunt het overal op toepassen in elke vorm van communiceren en op elk gebied van ontwikkeling in je leven.

We maken gemiddeld 5 groeifasen door, diepgaande veranderingen op specifieke gebieden, dat is interessant ;

Denken heeft te maken met integrerende en holistische netwerken van binnenuit, die we zelf opbouwen, als je leert hoe je jezelf kunt verrijken door andere manieren van denken. Als je alle niveaus van interacties gaat zien dan bespeur je harmonie en mystieke krachten en alles doordringende stroomtoestanden die zich in elke organisatie manifesteren.

Dat is Leiderschap van Nu.

Dat is waarom we dit doen met ons hart, via mededogen en via invoelen, want de ecologische crisis = het grootste probleem in deze wereld. Het is niet de vervuiling en ook niet de afbraak van de ozonlaag maar dat er te weinig mensen zich hebben ontwikkeld tot een postconventionele, wereldcentrische en alomvattende bewustzijnsnivo, waarin je je automatisch op een verantwoordelijke manier met de wereld omgaat.

Door minstens 5 belangrijke innerlijke transformaties door te maken, van egocentrisch naar sociocentrisch naar wereldcentrisch, pas dan, en niet eerder ben je in deze staat tot een diepe en authentieke betrokkenheid – ( Ken Wilber)

Taal is jouw verslag van de wereld, representatie en beschrijving van de wereld, taal schept werelden en in die schepping ligt macht –

Taal, schept, vervormt, draagt, onthult, verbergt, laat toe, onderdrukt, verrijkt en bekoort, taal is het instrument om iemands realiteit te begrijpen. Verdieping in dit instrument is wat er nu gebeurt in de dialogen zelf, de manier waarop we dialogen voeren laat zien hoe wij ons bewust zijn hiervan – Dat is Syntony Conversations-

Taal spreekt, onzichtbaar en zichtbaar, lichaamstaal en tonatie en ruimte om te luisteren en deze aspecten van betekenis hebben is door de  huidige nazaten ingezet om te stabiliseren.

Het is de relatie tussen de woorden die de betekenis stabiliseert. De grootste ontdekking dat elk teken een Holon is, een context binnen contexten binnen contexten van het totale netwerk.

Waarmee je omgaat, daarmee wordt je besmet. Of je laat je jezelf en je systeem voeden.

Wat bedoelen we met geest en lichaam? Je hebt hersentoestanden en neurotransmitters en cognitieve processen en dat is wat wij weten wat lichaam betekent, het is het lichaam, het organisme en limbische stelsel.

De andere betekenis van geest, daarmee bedoelen we dus niet de hersenen maar het hoogste nivo van je innerlijke waar alle gevoelens, verlangens en emoties, impulsen en gevoelsenergie liggen.

Symbolen en emotie en concepten en zelfonderzoek ligt allemaal in je Innerlijke Individuele Ik. Dat is essentieel om dit te begrijpen. Symbolen komen uit je abstracte wereld en de emoties ontstaan als je gevoelens zich gaan opstapelen. Als gevoelens niet de ruimte krijgen die zij nodig hebben ontstaan emoties en als deze ook gaan stollen dan krijg je stemmingen. Een stemming die blijft aanhouden zal een stoornis worden in de vorm in de structuur. En zo zien we de samenleving in haar kwetsbaarheid zichzelf verschuilen achter de technologie van informatie en communicatie – Openheid en directe gesprekken zijn noodzakelijk, we hebben facilitators nodig die deze soft technologies terug implementeren in onze samenleving-

In het gedragsmatige ligt : voeding, complexe hersenschors, limbisch system, ruggenmerg, moleculen en atomen, Ontwikkelingen ga je gewoon door, en je komt er gewoon mee in aanraking, subject en object zijn 2 kanten van hetzelfde-

Door dus elke dag naar buiten te gaan en te wandelen en bewust te ademenen help je mee aan je gedrag en verminder je stress. Meditatie is noodzakelijk omdat je dan die innerljike rust steeds activeert opnieuw en van daaruit je dag start.

De oplossing is post-rationeel om je bewustzijn te leren ontwikkelen.

Wat is de reden hiervoor? Het Lage nivo van het lichaam is begeerte en de omgeving zelf.

Als de geest altijd ergens in de lucht blijft hangen kunnen we niet belichamen wat bewustzijn is.

Dit moet je zelf uitstralen en wegraken uit het reductionistische denken.

Ecosystemen en sociale realiteiten zien en daarmee in wisselwerking staan.

Het wij -bewustzijn is sterk voelbaar in deze tijd nu, relaties onderdeel maken van onze groei.

Meer ethiek en meer integraal denken.

Het sociale veld maakt een grote sociale innovatie door nu. Onze burgerlijke plicht en maatschappelijke systemen zien we veranderen en meer en meer mensen pakken dit op, deze Leiderschap.

Collectieve Wijsheid is de wonderbaarlijke mogelijkheid en dat vraagt om nieuwe Modulen omdat het reductionisme niet meer fascinerend is!

Deze eros beweegt zich in jou en mij, dringt erop aan dat we omvatten, respecteren en ontwikkelen.

De wereldziel laat zich zien i.p.v fragmentaties, dus ons denken is aan het veranderen.

Jezelf waarderen en bedanken voor het gewoon jezelf zijn – Het begrijpen dat : Je bewustzijn  zich meer naar de rechterhersenhelft kan verplaatsen en zo het veld van kwantumbewustzijn kan ontdekken.

Door oefeningen en dingen anders te gaan doen ;

Deze evolutionaire mogelijkheden voor onszelf zijn onbegrensd en zo is dat ook voor de hele menselijke familie.

Dit is de Revolutie waar we doorheen gaan.

Er is een authentieke ( kosmische ) bewustzijnstoestand en die komt tot uiting in het individu, in een volk, herkenbaar als wetenschappelijke kennis van het leven- het leven dat in harmonie met wetten van de natuur wordt geleefd.

Een eenheid in plaats van gescheidenheid en tot het besef van eenheid met alles in plaats van de illusie van afzondering.

De body en de mind, dat zij samenwerken ,dat is normaal voor ons als we klein zijn net als tijdloos zijn, dat is ook normaal. Hoe ouder we worden hoe meer ervaringen we hebben en hoe meer we daarover gaan nadenken. Je moet wel weten wat iemand bedoelt met body en met mind. Net als met geest en lichaam!

Wat er gebeurt als je op een ander punt komt en echte kwaliteit gaat ervaren? Dat is voor mij de omschrijving dat je opent en iets voelt, zo  diep van binnen dat je een diepere kern voelt, je kern, je eigen ruimte en daarin gaat alles vanzelf en dat voelt heel fijn en rustig. Sturing geven vanuit die plek, het is een diepe ervaring en geen piekervaring waar veel naar zoeken maar; een staat die er altijd is, een observerende onzichtbare dimensie.

Het is een soort ervaring die we omschrijven als het universele of het licht, want in het leven zijn we meestal bezig met weerstand, om dingen op te lossen die discomfort geven en als we dingen krijgen die wel comfortabel zijn werken we aan iets wat goed is voor ons.

In de dienstbaarheid van geven komen of zijn, betekent:  in onze kracht staan en openen van een ruimte, om te zijn wie we zijn, we dragen dan geen gevoelens met of in onszelf mee,  die ons onder-drukken. We staan in dienst van de gemeenschap en willen dienstbaar zijn. Dat is waarvoor we hier zijn gekomen, om blij te zijn en dienstbaar te zijn.

Heel veel mensen kennen deze fasen, en het meest belangrijke is dat we het zelf moeten volgen, onze plaats innemen gaat over het volgen waar je je- zelf voelt, dat het fijn is om te zijn. Niet in het verkeer meegaan van het denken maar blijven observeren. De ene ervaring na de andere geeft niet altijd een verdieping en kan verwarring geven. Het is goed dat er dingen gebeuren maar je eigen kern is er altijd en dat is waar het over gaat, jezelf zijn.

Die ontdekking!;  Dit kun je van niemand anders leren dan uit je Eigen ervaringen.

Je natuurlijke staat is een ruimte in jezelf van waaruit je altijd kunt observeren-

Je hebt hier dus  ook de mogelijkheid  om vanuit je Eigen platform te zien wat er gebeurt en soms zie je veel mensen voorbij komen als op een trein, die gaan feesten, en dan gaat het erom dat je blijft waar je bent. Aandacht te blijven geven vanuit de plek waar jij bent. Soms heb je het nodig dat er even een trein voorbij komt met die feestende voorbijgangers om zelf in een actie te komen.

Als je gaat herkennen dat die ruimte er altijd is, van waaruit je kijkt naar de wereld, en vanuit die ruimte  iets kunt ervaren wat er altijd is , dat is iets anders dan wanneer je van alles ervaart wat vanuit je zintuiglijke waarneming komt.

Je voelt wel hoe je geest in beweging is maar je interpreteert niks en je registreert je gevoelens gewoon, ze komen en ze gaan. Je geeft juist wel aandacht aan je lichaam door dit gebied te trainen.

Gewoon leren observeren zorgt dat je heel veel licht en ruimte in jezelf voelt en zo kun je al die gevoelens en al dat denken leren sturen, dat is het navigeren waar we over spreken in Syntony.

Als je niks hoeft aan te gaan en gewoon herinneren dat jij jezelf bent, je bent geen object en jouw ruimte is er altijd, je lichaam is ook zo ontstaan om dat zelf heen. Je gevoelens en je gedachten worden ook zo opgebouwd vanuit jouw aanwezigheid. Je bestaat en je manier van aanwezig zijn is hetzelfde en dat is bewustzijn.

Bewustzijn is je oplettendheid en als jouw bewustzijn de perfecte plaats is om in te staan en als jouw platform dient dan kun je alles om je heen tactisch en strategisch laten groeien.

De gevoelens zijn net als met alles wat er is in de natuur buiten; want er zijn zoveel mensen die verdrietig zijn en huilen en problemen hebben maar ik adviseer om gewoon in die perfecte plaats te zijn die je zelf bent:  De bloem is een bloem en de bomen zijn bomen en mensen zijn mensen maar het gaat om de impact.

De smaak, de energie en de gevoelens die we krijgen. Het is alsof we iets zien in haar totaal. Het zijn geen objecten, alles is er, alle patronen die je erin ziet en alle processen daarom heen om het zo te laten zijn dat een boom een boom is.

Zo gaat het ook om een staat van plezier. Het echt gelukkig zijn en vrolijk zijn is iets wat er van nature is. Ik ben al sinds klein meisje vrolijk en enthousiast en ben vroeg wakker en dat is gewoon zo.

Je hoeft en kunt hier niet voor zoeken buiten jezelf, het is van binnenuit. De diepgaande verandering is deze vibratie van “zijn”. Dat wat er is dat is goed en zuiver. Je hebt rust in je denken als je dit weet en voelt.

Het verschil tussen iemand die dit weet en de ander die dit niet weet?

Mijn denken is ook een periode met mij op hol gegaan en dat gebeurde in de periode tussen mijn tienertijd en 42e omdat we gaan experimenteren en er zoveel invloeden om ons heen zijn. We ervaren zoveel dingen en mensen. Maar het gaat echt om je eigen plaats van binnen die je altijd bent en die je altijd blijft, niet oordelen en er altijd in terug keren. Observeren en dan zie je dat alles van zelf gaat….Ik heb zelf 5 diepgaande fasen doorgelopen in al deze verandering en ben dankbaar om meer ontwikkelingslijnen te kunnen doorlopen, met de juiste mensen om mij heen nu . De meeste mensen doorlopen maar 5 ontwikkelingslijnen in hun hele leven. Mijn uitdaging is helder en ik wil er wel 10 doorlopen.

Gewoon leren delen wat je voelt is checken wat je staat is, dat is registreren, voel je spanningen en voel je stress.. dan is het goed dat te accepteren, voel je teleurstelling, omdat je “jezelf” steeds niet bent. Welke stem is dat? Het is niet belangrijk, het is een part, het is een interpretatie en  is dat dan vaak negatief? weet dan dat het  je innerlijke dialoog  is,en als het je gaat opvallen dat het opkomt…dan ben je met een grote ontdekking bezig. Er zit in ieder van ons een diepe kracht om ons in een bepaalde staat te laten, alsof we alleen maar ons lichaam en denken zijn maar er is een echte diepe kern en die laat zich aan iedereen zien in ons. Die plaats vinden diep in onszelf dat moet je voor jezelf vinden. Dat kan niemand anders doen –

Er is geen verschil tussen mensen, maar wel experimenteel, want de persoon die zichzelf kent heeft geen conflict, geen verwarring en zijn gewoon puur wie ze zijn, het manifeste goddelijke universele.

Dit gaat niet over iets vinden buiten ons, het is er niet. Dit noemen wij de syntony quest, en de syntony dialogen zijn volledig open en vrij en vrolijk. In dienst om samen te werken.

Als we allemaal deze waarheid zouden weten in ons lichaam en niet alleen in ons denken, onze mind, dan zou er geen conflict zijn en dan  zou er wel een diepgaande rust en tevredenheid zijn.

Je geeft dan om de wereld en dan ben je niet gehecht.

Je doet dan gewoon wat je moet doen en er is geen gekletst in jezelf – Dit noemen we de monkey mind.

Wie is dat toch die zo te kletsen tegen ons? Spreekt het tegen ons lichaam? Is het tegen onze pure zelf het pure bewustzijn aan het spreken? Nee, is het tegen onze mind aan het kletsen? Mind is een relatie dus het is geen part, het is geen deel dus het kan ook ons denken niet zijn. Is het onze aanwezigheid? Het moet een mix zijn van de je persoonlijkheid en je aanwezigheid, wat beïnvloedbaar is want je diepe kern is je meta positie die erop kijkt en het observeert.

In spiritualiteit noemen we dit het authentieke zelf, de transformatie van persoon naar aanwezigheid.

We relativeren een heleboel vanuit ons bestaan als mens met een lichaam maar er is meer, we hebben allemaal onze eigen manier van de wereld en onze eigen manier van denken. Als je in de staat komt van echt aanwezig zijn dan ben je een pure expressie en dan zie je alles in haar geheel.

Dus hoe komt het dat we dit niet altijd voelen dat we bestaan en gewoon ons zelf mogen zijn?

Dit komt door al het experimenteren via ons lichaam en dan gaan we geloven dat we ons lichaam zijn. We zijn niet ons lichaam, we hebben een lichaam en we zijn bewustzijn.

Het is alleen maar bewustzijn en dat laten we zien door allerlei rollen die we ook zijn, de moeder, de vrouw van , de vriendin en buurvrouw, het is niet wie we zijn het is wat we allemaal kiezen ook te zijn en daarin een interactie aangaan. Het gaat om verandering en onze eigen identiteit, en daarvoor moet je echt die diepe ruimte weten en voelen, de ruimte die jij zelf bent.

Hoe je denkt is dus bepalend, echte aanwezigheid is niet oordelend, het is er gewoon. Het heeft geen identiteit, ze is gewoon krachtig en dienstbaar. Als je in deze plaats komt waarin je deze aanwezigheid voelt dan kun je jezelf zien als persoon en al je gevoelens, maar dat is niet wie je bent. Het zijn gewoon situaties en omstandigheden. Het komt en gaat weer voorbij. Je wordt harmonie en dat is een grote stap in evolutie, de shift van persoon naar aanwezigheid en dat doe je in syntony ..in harmony in een staat van vrolijkheid.

DIE VROLIJKHEID: dat doen we in 4 domeinen:

Vanuit een hoge bewustzijn ben je meer panoramisch en veel intenser en veel meer in creativiteit. Het is je denken wat op een hoog nivo gaat schakelen.

In het grote plaatje zie je transcendent bewustzijn en dat is de grote uitdaging in de mensheid in deze tijd, wereldwijd is deze verandering bezig.

Je moet het wel eerst ervaren en daarvoor zijn die learning labs opgericht, als je eerst in de aanwezigheid stapt en deze ervaringen hebt voel je de diepgaande vibraties van binnen hoe je verbonden bent met de anderen waarmee je samenbent. Alles is afgestemd en alle creativiteit komt vanuit de groep op het moment dat je samenbent.

Het is zo omdat we in een diepgaande verbinding aanwezig zijn in vrolijkheid met onszelf, persoonlijk en intern, omdat je weet hoe jezelf te centreren, je monkey mind stil te houden en te luisteren met elke cel in je wezen, je oefent je intuitie en dat doe je door je empathie en je compassie, de binnenkant weerspiegelt de buitenkant, er is een bereidheid om meer en meer te ontdekken en je diepste roeping te volgen. Niemand te kwetsen en alleen maar anderen te steunen, te helpen met deze groei. Zichzelf te zijn. Het beste uit zichzelf te halen.

In het tweede domein zijn we met vrolijkheid verbonden met anderen, sociaal en een hoge staat van bewustzijn omdat we deze interpersoonlijke vooruitgang zien als een cadeau en daarom gaan we diepgaande dialogen aan met anderen. We luisteren en werken samen en komen samen en leren met en van elkaar om diepgaand betrokken te zijn en te blijven. Deze actie is de consideratie en openheid en plezier die we ervaren en dat is de collectieve wijsheid.

Alles is prachtig en alles is en als we te streng zijn gehecht aan onze persoonlijkheid dan is er geen bewustzijn hiervan …dus dan is er discussie en strijd en concurrentie.

In onze syntony conversaties zijn geen debatten en er is geen discussie, we werken samen en we steunen elkaar.

In het derde domein gaat het om de vrolijkheid die we voelen in onze verbinding met de natuur, ecosystemisch en transpersoonlijke duurzaamheid– het is een trend nu maar het is een onderdeel van onze manier van leven als nieuwe leiders en innovatieve denkers in onze systemen.

Laat soms gewoon alles los en ga gewoon naar buiten en voel het gewoon wat er altijd is, communing en luisteren naar de boodschappen van alles zoals de waterval of dieren en de galaxie en onze onafhankelijkheid en onze eigen vrije wil, je voelt haar als je in de natuur buiten bent.

In het vierde domein is het belangrijk dat je de vrolijkheid voelt en hebt in de flow van gewoon zijn wie je bent en wie je wilt worden, deze oefeningen die we doen gaan over het leren lezen van verandering. De evolutionaire en integrale voortuitgang waarmee we allemaal te maken krijgen als je die keus maakt om daarmee bezig te zijn. Het leren improviseren en je eigen manier van leven gaan leven, dus echt gaan dansen en zingen van je eigen weg en je eigen film maken, elke dag is jouw miniatuur van hoe jij je leven wenst, dus weten wat jou blij maakt is jouw creatie en daarmee bezig zijn en bezig blijven geeft betrokkenheid in jouw leven en dat blijft vooruitgaan. Het gaat om je eigen betrokkenheid en hoe je de juiste mensen hiervoor gaat vinden om dit te blijven stimuleren.

Dit frame van Syntony is een nieuw frame om sturing te leren geven in je eigen acties en betrokkenheid in de wereld.

Super coherentie ontstaat als je dit doet, als je de vier domeinen blijft herhalen en oefenen krijg je een diepgaande verandering. Het innovatieve in jezelf blijven promoten dat is waar dit over gaat, en dat is waarom navigeren op deze manier zo fijn is, het is een diepgaande ervaringen die je alleen maar kunt voelen.

Je kunt dit niet bedenken het is een flow, een flow die je voelt en dat is lastig in een wereld die vooral draait om feiten en logica en alles vanuit het denken. Ons hart is het nieuwe leiderschap en dat is wat we cultiveren, via leer platformen.

Syntony International is daarvoor opgezet, je kunt hier relevante en betekenisvolle informatie ontvangen en de updates van de laatste conferenties wereldwijd –

We hebben Syntony Conversations opgericht als Project om met anderen te leren netwerken en in contact te zijn vanuit dit gewaarzijn en dit bewustzijn. De verandering en de wens om ook diepgaand in contact te zijn met zichzelf, dat is wat je deelt met anderen –

Er is een vooruitstrevende cosmovisie aangekomen en dat is baanbrekend en grens overschrijdend en daarom zijn diverse platformen nodig om te kunnen reflecteren. We hebben wereldwijde studenten nodig die op deze manier in onze generatie geconfronteerd worden met deze manier van aanwezig zijn en zo sturing gaan geven overal waar het nodig is.

Als voertuig is Syntony International opgericht om de Nieuwe Paradigma in Educatie te gaan uitdragen.  Deze informatie en kennis komt uit The Laszlo NPLC – Diverse workshops zijn aan het onderzoeken hoe te helpen promoten in de transcommunities en in salutogenesis. Via Syntony Cafee is dit opgericht 06/06/14. Onderzoek is gedaan in vooruitstrevende systemen van visie naar realiteit, deze synergetische relaties tussen de Evolutionaire Lerende Labs en de Wereld Evolutionaire Lerende Tribe heeft een forum neergezet wereldwijd om deze ontdekkingen en de glocal iniatieven in systemische duurzaamheid te verbinden. Glocal = wereldwijd en lokaal. De dingen die getest zijn worden geregistreerd.

Onze identiteit is een holografische fractical en het is een samenwerking zonder privileges.

In de Leidership Training van Syntony Conversation nemen we je mee in een stukje terminologie en de taal die nodig is om met Systeem Wetenschappers te gaan werken en ook zo te gaan vertalen wat je zelf doet in jouw leiderschap.

Een nieuwe samenleving ontwerpen vraagt om een hoge kwaliteit van leven en een duurzame relatie met je natuurlijke leefomgeving en dat moet ook voeding geven –

De studie van Systeemwetenschappen is een lange studie en dit is niet mogelijk te studeren in Nederland dus ik ben 17 jaar geleden gestart om zelf die route te vinden. Gestart met de methoden die wel te vinden waren in Belgie, de Systeem Denkers die er een opleiding van maakten en Gregory Bateson

Gregory Bateson (Grantchester, 9 mei 1904 – San Francisco, 4 juli 1980) Gregory Bateson was een Brits antropoloog, sociaal wetenschapper, linguïst en visueel antropoloog.

Zijn bekendste werk is het boek Steps to an Ecology of Mind uit 1972. Daarnaast schreef hij Mind and Nature (1979). Angels Fear werd postuum gepubliceerd in 1987.

Het model van de (neuro) logische niveaus werd bedacht door Gregory Bateson. Het werd later verder uitgewerkt en binnen NLP geïntroduceerd door NLP expert Robert Dilts. De logische niveaus zijn bruikbaar bij het analyseren van relaties en situaties. Daarnaast kan het helpen bij het verkrijgen van inzicht in het eigen en andermans model van de wereld. Het bevestigt onder andere de ervaringen van veel mensen dat ongewenst gedrag niet verdwijnt, ook al verandert de persoon diens omgeving. Hetzelfde patroon wordt na verloop van tijd weer zichtbaar.

Iedereen leeft tegelijkertijd op 6 niveaus (bewust en onbewust). Alle niveaus werken samen en ondersteunen elkaar. Lagere niveaus kunnen hogere beïnvloeden, hogere beïnvloeden sowieso de lagere, zowel bekrachtigend als beperkend. Hoe hoger het niveau waarop je verandering aanbrengt, hoe krachtiger en duurzamer het effect zal zijn. Wanneer de logische niveaus met elkaar in overeenstemming zijn, krijg je congruent gedrag.

Voor mij is dit avontuur zo gestart via de NLP Opleiding in 1999 en dat heeft een hoop geld en tijd gekost en investeringen, een vierjarige opleiding en dat gaat allemaal om onze ‘MIND”. Voor een gezonde ego ontwikkeling. Cognitieve Ontwikkelingen die nodig zijn –

Deze evolutie die nu gaande is gaat over ons hart. Het gaat over het wij bewustzijn-

De diepgaande transformatie van de sociale systemen die een houding en attitude belichamen van een Leider van deze tijd, dat is reasoning together en dat is de enige manier waarop we deze samenleving kunnen veranderen. Conversing together en searching together. Het is dat stukje “ ik” wat we leren omzetten in een “wij” beweging. Er moet wel eerst een Ik – zijn die sturing geeft !

De Syntony Conversations mogen niet langer een exclusief gesprek en actie zijn in conferenties en colleges, het zou een normaal gegeven moeten zijn in alle universiteiten en in alle organisaties, gezinnen en in de samenleving –

Alexander Laszlo heeft deze methode en deze beweging die de Systeem Wetenschappen maakt nu ,vanuit het ene systeem naar het andere systeem geactiveerd als Consultant en samen zijn we dit project gestart  via Syntony International om te gaan uitdragen en aanbieden.

We worden allemaal meer authentiek en meer samenwerkende systemen en deze staat is een staat van “Being”. Het gebeurt gewoon en dat is de meer comfortabele staat waarin we in andere manieren in een andere ruimte gaan werken en studeren met elkaar.

Gewoon onszelf zijn en confortabel zijn en jezelf veilig voelen is nog geen normale staat in onze samenleving en daarvoor moeten we onszelf inzetten. We hebben een nieuw wereldbeeld nodig waarin deze waarden wel duidelijk zijn en dit komt uit de Gedragswetenschap en Systeem Wetenschappen. We hebben deze perceptie nodig in onze samenleving.

We moeten meer zijn wie ze zijn in plaats van iets proberen te omschrijven.

Onze programma,s en modulen gaan over deze multifaceted reflection, waar we nu staan en waar we nu naartoe gaan als samenleving. De sleutel van dit bewustzijn ligt in het realiseren van wie je bent, het gaat over het afstemmen van jezelf.

Paul Liekens zei dit al jaren geleden , ken je zelf en je kent de wetten van het universum – Mens ken jezelf-

Ik werd persoonlijk door Paul opgeleidt en begeleidt en zo is het ook gegaan daarna via Ervin Laszlo met zijn field theorie  en nu met Alexander Laszlo. Ik heb met Kathia Laszlo in een Module mogen meedoen via Saybrook University – Evolutionary Leadership for Sustainability –

Onze mentale modellen en onze overtuigingen houden ons tegen of laten ons vooruitgaan in onze groei en een open frame  werkt als een universele compass, en die compass hebben we nodig in onze conversaties.

Elke beweging die we maken begint vanuit ons zelf ons hart, en dat is de beweging die moet blijven stromen en altijd in tact mag blijven.

We verschuiven langzaam van individueel naar collectieve wijsheid en dat zijn die sociale normen die we nu zien verschuiven, we zien de onzichtbare veranderingen ook meer helder via onze Syntony Sense, het is je gewaarzijn waarmee je dit kunt voelen en ervaren. Het geeft diepgaand vertrouwen en zo worden de netwerken ook opgebouwd. Het zijn netwerken die via de vrienden van vrienden die ethisch zijn en vanuit hun hart leven & samenwerken en samen studeren en samen blijven evolueren nu op dit moment en zij zijn de nieuwe netwerken aan het neerzetten.

Het gaat niet over het mystieke en over jezelf bijzonder of speciaal voelen het gaat om diepgaande veranderingen wereldwijd. Sociaal Innovatief zijn en die verandering zijn gaat over het  blijven veranderen en willen faciliteren en hosten in de leer labs die allerlei acties aangaan met elkaar nu. Je moeten durven om jezelf expressie te geven en in andere talen durven spreken en durven omgaan met de complexiteit.

11870736_10205973830799372_9006002553984610466_n

Hoe ga je bewustzijn expanderen? Dat doe je door dit te doen , deze vorm van leiderschap te gaan doen, het gewoon te gaan ervaren en jezelf open te stellen hiervoor, open zijn en empathie geven –

De syntony conversaties hebben een ladder en die geeft structuur daarom bieden we de modulen aan om dit te leren en te oefenen.

We hebben een compas en een ladder, de ladder is gestructureerd in 5 frame issues om in een gezonde basis te blijven en zo betrokken te zijn met elkaar.

De leer objectives zijn de fundamentele begrippen van de wereld en de contributie die je kunt kiezen om bij te dragen aan het welzijn van de wereld. De concepten, principes en wereldbeelden die we nu zien bewegen in de wetenschap zijn aan het veranderen en daarvoor bieden we een internationaal platform aan waar je in verbinding kunt zijn met alle systeemwetenschappers en systeem denkers en de practitioners. Om de tools te testen en te kunnen onderzoeken met anderen- https://www.facebook.com/groups/526856390684866/?pnref=story Op Facebook is dit de link –

Door trauma in je leven of gebeurtenissen kun je behoorlijk om je as gaan draaien en dan is het lastig om in je eigen kern terug te komen maar als je het eenmaal doet zie je hoe dit al eeuwen lang de issues zijn in de mensheid dat is onze “quest”.

De journey van het verleden naar het begripen van onze origins.

Een overview van onze evolutionaire journey.

Een westerse visie op ons wereldbeeld en de wetenschappelijke paradigma,s.

Dankbaarheid vanuit de perspectieven van complexiteit in de systemen en levende systemen die deze theorie inzetten –

Het ontdekken van evolutionaire patronen in geestelijke en biologische systemen.

Het creatieve universum de matrix.

De implicaties van relativiteit, quantum fysica en de Field Theory voor ons begrip van realiteit.

Begrijpen van de evolutionaire principes van het leven.

Begrijpen van de evolutie van ons brein, cognitie, bewustzijn.

Ontdekken van de evolutionaire patronen in sociale en culturele systemen.

Identiteit en cultuur als vooruitstrevend phenomeen gemedieerd bij taal en onze woorden en onze manier van articuleren.

Community bewustzijn vanuit tribal naar wereldwijd community

Mensen als co creators en hun actieve participatie in dit evolutionaire proces richting een holistisch paradigma.

Ons Platform is een humanistische organisatie en we zijn toegewijd om meer agenten van verandering te gaan informeren en meer bewustzijn aan te reiken met hen samen en een frisse stem en up to date thinking aan te reiken. Een wereldwijde community is verbonden en ze komt meer en meer samen via instituties en Leiderschaps Centra die met elkaar verbinden en samenwerken.

Er zijn gevoelens en er is verdriet maar je bent er niet mee geïdentificeerd, het is niet moeilijk om zo te leven maar het is ook niet makkelijk. We zijn het zelf, maar onze fascinatie voor “iets anders” zorgt dat we steeds alles missen wat al aanwezig is in de kern. Diepgaand betrokken zijn in de wereld betekent herkennen wat de waarheid is en het zien, de essentie zien.

Het licht zit al in je hart, hoe leg je dit nu uit? Zonder dat de mensen om je heen je “zweverig” vinden? Ze vinden van alles en hoe ga je daarmee om als je gaat veranderen?

Dit zijn allemaal onderwerpen waar ik “zelf” doorheen ben gegaan en dat is zo gestart toen ik 29 jaar jong was. Als kind dacht ik er al over na en zie nu dat ik  dit zocht, de betekenis, voor mij is dat de bloei van mijn leven en dat is het voor heel veel vrouwen van mijn leeftijd. Maar ook zo voor heel veel mannen en veel jongeren, we hebben allemaal deze vragen en deze ontdekkingen. Liefs Sarah

Advertisements

Hello Kortgene, hello new community and hello to everyone, a little introduction of my work and my Being – who I am, what is happening behind the scenes in technology?

531857_391415660942599_1430042421_n
Wie is Sarah? Kijk naar de banen die verdwijnen op termijn, de komende 20 jaar, wat is er dan nodig? Technologie is bijzonder en er komen nieuwe beroepen en nieuwe functies en er zal nog minder eerlijk verdeeld worden dus mensen die nu geen werk hebben zullen het gevoel krijgen dat ze niet meer bij de samenleving horen, dat is gevaarlijk. 
We kunnen deze tegenstellingen niet gaan vergroten in gedrag en criminaliteit en openbare gebouwen, dat ga je voelen in de exit van grote groepen mensen.
Wat is nodig?
Wat is Systems Thinking and waarom Systems Perspective en Science and Arts? Hoe ben ik hiertussen gekomen in deze wereld van SysteemWetenschappers  en hoe kan ik zo actief zijn vanuit het Laszlo Centre? Wat is mijn functie en mijn werk en het Curriculum dat ik mag aanreiken wereldwijd? Eerst een kleine introductie:
Sarah is  mijn naam  en heb 2 kinderen , 2 jongens, Arvin en Senn. Een studerende opgroeiende Systeem Denker & Psychology Student en  jongste is een bijna 8 jarige systeem denker, sterke eigen visie en helpt Sarah met de input om alles naar eenvoud te vertalen. Het beroep van de toekomst? de cellen van mensen afstemmen op mensenwerk en hoge kwaliteit leveren binnen communicatie en conversaties en samenwerking. 
De jongens krijgen een humanistische vorming al sinds de geboorte.
Ze is geïnteresseerd in het begrijpen en ontwerpen van diverse omgevingen en pedagogische benaderingen die mensen helpen in het  leren hoe te denken.
Ze begon met de studie communicatie & NLP in 1999 en na vier jaar van de integratie van de integrale theorie is ze begonnen om te oefenen met deze concepten en modellen maar mapping  & Modelingdat is niet genoeg meer.
We zijn in een grote verandering in deze tijd en misschien zelf wel geschiedenis aan het schrijven in deze veranderingen in de sociale omgeving. Om deze reden is  begonnen om weer verder te studeren in de SysteemTheorie16 jaar lang elke dag, alle boeken en alle publicaties van Dr. Ervin Laszlo; deze FieldTheory, de nieuwe Arts en de vrije geest… het gaf haar nieuwe antwoorden en de diepgaande inzichten  en nu de intense betrokkenheid in deze opkomst.
Dus,  #SystemsThinking in Sociale Verandering gaat over diverse opvolgende systemen waarin we nu leren om niet alleen ons denken te delen maar we gaan nog een stap verder, we gaan nu in deze leer- ervaringen zelf ,tijdens het leren en werken met elkaar, over tot het : delen van gevoelens als normaal onderdeel in onze manier van “zijn” –  Het mag nu ook gaan over de gevoelens en niet meer alleen om de denkprocessen, er is een enorme verschuiving in #SystemsFeelings zien we hoe we vanzelf in de nieuwe #SystemsBEING  terechtkomen door middel van :Evolutionair Leiderschap in Duurzaamheid: een geweldige manier van leren mogen ervaren met professionals van de hele wereld 34 andere Wetenschappers en Trainers allemaal actief met elkaar in dit experiment van het nieuwe leren aan de slag gegaan, ze kwamen allemaal uit een ander land en deelden hun perspectief met ons vanuit kwetsbaarheid, alleen positieve feedback kwam terug 3 maanden lang en dat doet iets met je van binnen;  via Saybrook University! Sarah heeft Deze Module succusvol gevolgd en geantipiceerd met een live video en is daarom nu verantwoordelijk voor dit materiaal en deze publicaties die zij mag aanreiken nu wereldwijd.
De betekenis vinden van nieuwe communities en module volgen is meer dan alleen maar iets nieuws leren, je opent jezelf en je leert nieuwe mensen ontmoeten waarmee je dezelfde waarden gaat delen, en zo kom je in complete nieuwe netwerken terecht na 3 maanden intensief met elkaar werken. Zomaar online iets volgen en allemaal vreemde mensen ontmoeten was voor Sarah geen optie, zij koos voor bekende mensen en bekendheid met hun werk en ook echt contact,  gevolgd met een training en experiment in Wenen  – de Module werd respectvol en liefdevol vooral begeleidt  door Hosting en Facilitating van Professor Kathia Laszlo zelf.  
Het was Project X: het leren hoe  gemeenschappen zijn opgebouwd en hoe je dit kunt activeren waardoor Sarah nu betrokken is op Internationaal gebied en wereldwijd de laatste updates ontvangt, en samen werkt met deze Denkers en Filosofen van deze tijd;  hierdoor in grote nieuwe networkspaces terechtgekomen en de weg daarin duidelijk gehouden, weten met wie we en niet te resoneren,  om met anderen te blijven communiceren vanuit tactische dialogen en strategische dialogen in acties als Leiders, Change Agents, daarvoor is dit bedoeld en opgezet, om  te delen en diepte te leren en niet alleen verbreding, Deze verdieping geeft openheid en hoe meer vrienden je maakt hoe beter je erin leert te functioneren en dat is precies wat creativiteit activeert  #creative-ze begon met de Module in 2012 die werd aangeboden door de GBU een geweldig software Editie die door Systeem Wetenschappers in elkaar gezet was, en zij neemt deze nu over ,waar de GBU was gebleven. Alle scholen en alle studenten krijgen deze aangereikt maar ook vertaling voor de kinderen op basal nivo want de slides zijn zoveel leuker dan de geschiedenis boeken!
Sarah zal ook een leiderschapsmodule toegankelijk maken voor stakeholders en voor iedereen met deze interesse in het nieuwe leren en het nieuwe werken.
Zij is nu het aanbieden binnen de groepen van  Evolutionairy Leadership for Sustainability, haar werk is voorgedragen op de Universiteit in Pakistan door een aantal Studenten als Engineers die meer wilden weten over de skills van ethisch leiderschap; zij nam een korte video op en stelde deze informatie beschikbaar, stelde haar ervaring beschikbaar en de logica in haar korte dialog, deze 3 elementen zijn bepalend in een effectief dialog. Dit is nodig in onze samenleving: voor duurzaamheid: om anderen te helpen hoe te ervaren hoe te leren vertrouwen, om te kunnen samenwerken, er is eerst meer kennis en begrip nodig om te leren begrijpen wat vertrouwen als verschil uitmaakt en bepaalt in een contact. Deze diepte– heeft ze zelf eerst ervaren en zij is deze gaan experimenteren in grote groepen, Sarah  is het  nu aan het aanbieden , alle publicaties, materialen & onderzoek
Haar onderzoek richt zich op de ontwikkeling van denken en begrijpen, leren in en door middel van de Kunsten, en leren in “het leren” en daarin de gemeenschappen opbouwen en aanleren hoe dit zelf op te bouwen, en dit is voor iedereen mogelijk.

Branding through voice – oefeningen met kinderen en voor iedereen die meer wil kunnen sturen met zijn stem

IMG_3388
 Jezelf kennen begint met zelfkennis van je Eigen geluid, letterlijk, hoe je van binnen resoneert met je emoties en je gevoelens en hoeveel “ruimte” je hieraan geeft , ook weer letterlijk.
Ken je dat?
Bij de ene persoon voel je inspiratie en op je gemak en bij de ander voelt het saai en oninteressant…..het is gewoon zo toch? niet iedereen is boeiend…..
Ben gaan experimenteren hierin…..sinds 2001….bewust gaan reflecteren en oefenen, trainen, het is nu normaal onderdeel van mijn bestaan…..dit is vandaag een stukje stemtraining voor jou:
Als je meer wilt oefenen ben je welkom dan laten we een groep op maat ontstaan omdat het echt humor is om dit te doen maar ik waarschuw alvast, er is wel lef voor nodig om echt diep in jezelf te laten kijken en dan te gaan spreken, echt jouw geluid eruit te laten komen, dat verschil hoor je intens, als iemand zichzelf verstopt of niet is dan hoor je dat via de stem als eerste. Het is een gevoel wat binnenin leeft en vrij moet zijn om te expressief vrij te kunnen spreken en vrijuit te kunnen “zijn”. Er kunnen veel emoties en gevoelens vrijkomen waarvan je niet wist dat het zo diep in jou zat…maar beloof je dat de groep veilig genoeg zal worden samengesteld..om te gaan experimenteren hiermee ~
De 4 belangrijkste elementen van je stem gaan we aanpakken:
“In 2001 hebben we voor het eerst de stemtrainingen gevolgd en daarna blijven ontwikkelen, omdat het meer is dan alleen leren presenteren, het is bewustwording en andersom ook een manier om meer en meer in je lichaam aanwezig te blijven.
Je kunt je stem trainen elke dag en je meer en meer bewust zijn en blijven hoe je “uitdrukt” wat in jou leeft… je lichaam is dan je klankkast en je gebruikt je aanwezigheid om echt te zijn, authentiek en congruent.”
Jezelf zijn-
Het geluid van je stem maakt een sterke indruk.
Hier zijn de belangrijkste elementen om in gedachten te houden:
Je stem heeft de macht om  volledig  te veranderen wat anderen van je denken. Dit is dus controle die wel belangrijk is in het aangaan van dialogen en in het faciliteren.

Terwijl spreken natuurlijk van zingen verschilt, het geluid van je stem blijft wel  altijd een belangrijk onderdeel van het effectieve spreken en kan een aanzienlijke invloed hebben op hoe anderen je bekijken. Door te concentreren op vier belangrijke elementen, kun je jouw stem  helpen opbouwen  als jouw persoonlijke merk. Daar gaan we mee aan de slag, een branding maken van jou, je Eigen Leider zijn en dat uitstralen!

1. resonantie
Resonantie is gedefinieerd als “de kwaliteit in een geluid van diepe, volledige en weerkaatsing.”
Galm is belangrijk om je stem heen , omdat dit de wortel is , je stem  is een reeks van vocal-snoer trillingen .
Hoe je stem klinkt ,hangt af  van een aantal factoren, maar  de plek waar je jouw  stem gaat resoneren is een van de belangrijkste acties in aandacht.
Bewustwording hiervan is het begin, dat je lichaam een klankkast is.  Als je jouw stem in jouw keel gaat resoneren, zal jouw geluid gedempt, ernstig klinken— denk aan dit als de bas.
Als je nu je stem in de neus gaat laten resoneren, je “nasally” dan ga je op weg naar de hoge klanken van resonantie. Octo van Sponsbob spreekt door zijn neus en Sponsbob heeft een herkenbare hoge stem – Mijn kleine zoon Senn spelt  graag woorden en speelt in zijn spelling van letters met woorden en ook met de klanken , hij doet dit van nature zonder dat hij weet dat dit een bewuste manier is om te trainen, dus samen met mij doet hij deze rolletjes omdat het grappig is en hij zo leert hoe hij ” zichzelf” nog intenser kan uitdrukken via zijn lichaam. 
Het geeft lol en bewustwording.  In het ideale geval resoneren jij en je geluid voornamelijk in de mond, balancing bass en treble. Net als je jouw correcte systeem kunt aanpassen,  een beetje bass of een beetje treble  toevoegen en aanpassen , zet je stem afgestemd op basis van waar je jouw geluid aan wilt resoneren…dus aanpassen.
“Adapting into the environment “gaat hierover, je bent je bewust hoe je met je stem een emotie aangeeft of een situatie wilt laten voelen, doordat je via jouw lichaam ,jouw klankkast  laat horen en zien en dat is iets wat om moed en lef vraagt!  Dus hoeveel ruimte mag je innemen van jezelf? Ken jij jezelf? Ken jij al je zelven die je bent?
Al die rollen en delen die jou een compleet mens maken nu op dit moment? Je Eigen beliefssystem kennen begint met jouw Eigen denken en de ruimte die jij besluit te gaan geven aan dit avontuur – het leven!
Een simple oefening en  manier om te horen en voelen hoe je jouw geluid kunt resoneren in je mond ..:  Maak een “mmm” geluid. Je moet je lippen laten tintelen zodat je de tintelingen voelt. Wanneer je de tinteling voelt, “mijn” of “mij “ zeggen en  dit ook “denken ”  waarom moet je hierbij ook nadenken? Dit is nodig om te ontdekken waar je centeredheid ligt — je ideale punt zo ontdekken en herkennen. ….bewust worden waar zich dit afspeelt in jouw lichaam…en dit vastleggen. ..ankeren in jezelf. Als je dit ankert kun je dit oproepen als je echt indruk wilt maken via spreken of jezelf wilt uitdrukken en je wilt dat anderen ook echt luisteren, dat jouw boodschap ook echt binnenkomt.
2. versoepeling
Zoals je kunt verwachten is het ” “te gespannen  zijn” een aandachtspunt in deze training, want het heeft een grote  invloed  , en dat hoor je direct en heeft een aanzienlijke invloed op het geluid van je stem. Wanneer je gespannen bent, wordt je keel strak. Wanneer je keel strak wordt, gaan je stembanden  strak staan en trillen in verschillende kwaliteit — alsof je tijdens een push-up hard tegen iemand iets  zegt en je spieren worden gespannen. Je stem wordt dun als een rode draad in plaats van rijk als een lint. Je geluid zal gebonden aanhoren en je Toon plat in plaats van rond!
Een van t meest voorkomend advies  wat je krijgt je van conservatieve professionals zal zijn dat je moet leren en focussen “ om je te ontspannen ,  en zij adviseren en helpen je om te vertellen dat het helpt  om een grote adem te hebben voordat je spreekt. ..dat is wat zij zeggen.”
In het nieuwe leren en denken, in de nieuwe method is dit achterhaald!
 Als je ontspannen wit zijn in  je stem , moet je dit advies negeren.
 Wat gebeurt er wanneer je een grote adem  neemt?
Je houd je adem dan in.
Wat gebeurt er als je je adem inhoudt? 
Je stem gaat strak klinken.
Dus vergeet dit advies’ over het innemen van een grote adem — Neem een slokje.
Denk aan het uitwisselen van 10% – 15% van je zuurstof, niet leeg maar naar  meer innemen van bewuste zuurstof en je jouw adem zelf gaat volgen en niet richten op de anderen maar puur vanuit jij bent en hoe het voelt voor jou….meer volledig zijn en blijven dus en niks forceren.
3. ritme
Goed ritme is een essentieel onderdeel van een geweldige stem.
Simpel gezegd, wil je glad geluid , niet schokkerig.
Een van de beste manieren om geluid glad te krijgen is door uitbreiding van je klinkers en je woorden door ze samen  te laten glijden. Bijvoorbeeld, als je zegt “bus stop”, moet het klinkt meer als “halte.” Sliding van geluiden en woorden samen is meer een lust voor het oor dan een schokkerig, staccato geluid patroon —
Ritme is een van de grootste problemen van mijn ervaringen met mensen en vrienden die Engels ook als tweede taal spreken. De gezonde patronen van het Engels zijn heel anders dan de gezonde patronen van Chinees, bijvoorbeeld. Chinees is een toontaal, elk geluid moet daarom worden scherp en verbroken. Als ik werk met buitenlandse mensen en dat is vooral online via Skype en google hangout, besteed ik veel tijd met hen aan het gladstrijken en verbinden van hun klinkers, dat is waaraan we werken. Door gladstrijken van en aansluiten van geluiden, worden mijn studenten waargenomen als duidelijker, spreken met meer aanwezigheid. Het zijn veel Engineers die mij hiervoor om hulp vragen en heb een pilot gedaan op de Universiteit in Pakistan via een video die ik eerst heb aangereikt, een geweldig project is daarmee opgestart.
Ontwikkelen van ritme, je arm over je lichaam op een soepele manier verplaatsen als je gaat spreken. Richten op het aansluiten van je spreken met de stroom  mee net als in  het verkeer. Merk op hoe je klinkers natuurlijk uitbreiden. Merk het geluid op van het volle, rijke dat jij kunt maken als je je op “ verbinding maken” kunt concentreren.
4. pacing
Pacing is cruciaal voor diepte en dimensie toevoegen aan je stem. Je moet spreken in  korte zinnen — niet lange, complexe zinnen. Wanneer je in lange, complexe zinnen spreekt, ben je geneigd teveel in 1 facet te proppen meer woorden in één adem. Het is als geen reclame voor het verkopen van  nog meer kleding en teveel in een koffer  stoppen, dat is het voorbeeld van mensen die teveel opzuigen van  lucht in plaats van ruimte te geven via jouw stem en jouw dimensies die jij laat voelen  via jouw spreken, en dat is wat zij zullen  horen en zien…..op onbewust nivo eerst maar dat geeft niks…..  
 Wanneer je jouw geluiden comprimeert, bent je meer  dan woorden die inpassen in een adem en zuigen niet de energie uit de Toon en kleur van je stem.
Dus onthoud, tempo bepaal jezelf.
Spreken in  korte zinnen ondersteund door kleine adem.
Door je te concentreren op resonantie, ontspanning, ritme en ijsberen, zul je zittend zelf ook nog deze “kundigheid “ blijven ontwikkelen ..het is spleen van de stem, en precies dat wat jij wilt spiegelen als jouw persoonlijke merk.
Terwijl je geen handtekening bent zoals het gaat bij  iconen, maak je wel een rijk geluid dat zal bijdragen aan jouw persoonlijke en professionele succes. Mensen onthouden je makkelijker.
De beste verhalen In leiderschap krijgen elke dag? Begin bij jezelf met de juiste woorden en de juiste ritmes …oefenen en opnemen….
Dit zijn de #SyntonyConversations, we zijn ons hiervan bewust en passen dit toe in onze interacties, daarom zijn de leer communities zo belangrijk om samen te blijven komen en te blijven resoneren op deze manier om van en met elkaar te blijven oefenen, en het is heel erg leuk!
Humor en openheid worden steeds intenser op deze tactische dialogen ipv praten om te praten….wat de meeste mensen nog steeds doen in onze samenleving omdat ze denken of geleerd hebben in hun beliefssystem dat het niet hoort om over gevoelens te praten en zeker niet persoonlijk en zeker geen emoties te laten zien laat staan deze te delen.
Ik ga dit jaar vanaf September trainingen aanreiken op maat.
Je kunt mij vinden op facebook en LinkedIn en via twitter, SarahSynergie en via de webpagina
Liefs,
Sarah arvin-enchancing-4-ways-of-awareness-for-sustainable-action-24-638zet die Syntony Sense maar op “aan”….

 

Decisons how to be yourself

Life your life – give yourself pleasure even when the world doesn,t and smile and acknowledge your self – when I was just 6 years old, who did I want to be? Dia25

It is about you…it is our life and our biggest challenge to choose and just committing to our highest values, a few rules is enough, we don,t have to wait to feel our peace and knowing we all have different rules, we are all trying to find our own rules… people who are succeeding don,t take themselves to seriously – just be kind and be the magic….. and lets work on this together, writing and growing up, I wanted to be a translator and helping people with translating, to play with language and being an architect, to discover things and something unique and something different and sharing that with others.

I am doing that today!

sharing that

this feeling

I found a way to share this to create and wanted to help people and catching them and having my mission statement now, this content Syntony Leadership is about the feelings, all the opportunities…to know what is happening and using my face and body and I have found a way to do this. I am listening a lot to the values and the stories of others, loosing financially is not the worst, I am reading 2 books a week and giving inspiration to others and doing group intervention and I am on a mission and drinking water and doing healthy things giving my all with passion every day, passion and talent.

 

I am listening to Tony Robbins every day to participate and be this purpose, to help and support others, doing what I have been envisioning and developing myself and finding a better way and knowing the essence. What do we need? Close your eyes and think about your last moment when you knew ” yess this is flow ” this is what life is about ” –

what are you experiencing?

what do you want to have in your life?

discover and expand and challenge? what were the feelings…? the sense of syntony is about this harmony and deep deep joy, when things are in a flow, that is the situation to have the good energies in our field and feeling what we are feeling…. not just what we are doing, writing, speaking, studying and learning but what were the states we are in? what is our being? feel it in your body! when we grow up! what is the feeling?

 

 

we have to look at life in a different way Dia17Dia12

The Hive Mind

Veel mensen weten in grote lijnen wel hoe het menselijke brein werkt maar het bestaat uit miljarden neuronen, onderverdeeld in witte en grijze stof. Deze neuronen weten als individu niets en deze communiceren  met elkaar door signalen af te geven en deze signalen naar elkaar te sturen dus deze communicatie stuurt ons lichaam aan als geheel.

Kijk je naar de bijen de natuur dan zie je deze manier van werken en afstemmen ook daarin, dit is Syntony… 1 bij kan in zijn eentje niet bijzonder veel  bereiken en zijn intelligentie en beschikbare vaardigheden Zijn te gelimiteerd om een succesvol leven te leiden.

 

Ik voel mij net als een bij…..Binnen de kolonie werkt een grote groep bijen samen om aan primaire levensbehoeften te voldoen. Daarnaast kan een bijenkolonie constructies als gigantische bijenkorven maken , iets wat een enkele bij nooit voor elkaar gaat krijgen!

Dit fenomeen noemen ze ook wel  de hive mind, Dobbs, 2011.

In Syntony zie je onze collectieve groep en haar intelligentie, wij zijn 1 enkele entiteit en maken keuzes als geheel voor het sociale leven om goed te doen.

Zoals bij verhuizen, het moet snel en goed verlopen, reactietijd, accuratesse, ik ben heel snel als het gaat om details en schrijven en analyses maken, bij het uitkiezen van een nieuwe woonlocatie kreeg mijn kolonie niet echt de tijd om dat samen af te stemmen dus we moesten heel snel aanpassen aan de nieuwe situatie. De kolonie is opgejaagd, en de tijdsdruk werd verhoogd, we waren niet in staat om duidelijk onderscheid te maken en zo is  het aangetoond dat het bij ons mensen gewoon werkt, Passino, Seeley & Visscher, 2008.

 

Ook bij mieren en bij andere insecten is dit aangetoond dat de hive mind zo werkt en voorkomt, en deze ontdekking van deze mind zorgt voor vraagtekens. Wij mensen zitten ook zo in elkaar, dat is wat ik voel en weet van binnen, wij zijn onbewust beter als groep dan als individu

 

When a honeybee swarm takes off to fly to its new home site, less than 5% of the bees in the swarm have visited the site and thereby know in what direction the swarm must fly. How does the small minority of informed bees indicate the swarm’s flight direction to the large majority of uninformed bees? Previous simulation studies have suggested two possible mechanisms of visual flight guidance: the informed bees guide by flying in the preferred direction but without an elevated speed (subtle guide hypothesis) or they guide by flying in the preferred direction and with an elevated speed (streaker bee hypothesis). We tested these hypotheses by performing a video analysis that enabled us to measure the flight directions and flight speeds of individual bees in a flying swarm. The distributions of flight speed as a function of flight direction have conspicuous peaks for bees flying toward the swarm’s new home, especially for bees in the top of the swarm. This is strong support for the streaker bee hypothesis.

INTRODUCTION

In many animal species, individuals move about in groups as they perform seasonal migrations, travel to food sources and return from safe havens (Boinski and Garber, 2000Krause and Ruxton, 2002). An enduring mystery about such group movements is how they are steered. In some species, all the individuals in a group share a genetically determined propensity to travel in a certain direction (Berthold and Querner, 1981Berthold et al., 1992), or are involved in determining the travel direction (Neill, 1979;Grünbaum, 1998). In other species, only some of the group’s members possess information about the group’s travel destination, usually because of differences in age or experience, and these informed individuals guide the rest. In this study, we investigated a striking form of group movement that relies on guidance by a small subset of informed individuals: the flight of a honeybee (Apis mellifera Linnaeus) swarm.

A swarm of honeybees consists of one queen and several thousand workers. Swarms are produced in spring when large colonies divide for reproduction. During colony fissioning, the mother queen and approximately two-thirds of the worker bees leave the parental nest to establish a new colony, while a daughter queen and the balance of the workers stay behind to perpetuate the old colony at the original nest (reviewed by Winston, 1987). The swarm bees quickly leave their nest and form a spectacular cloud of some 10,000 flying bees, but they do not travel far. Usually they coalesce into a beard-like cluster on a tree branch less than 50 m from the parental nest (Ambrose, 1976). Over the next day or so, the clustered swarm bees conduct a sophisticated process of group decision making to choose their future home site (reviewed by Seeley et al., 2006Passino et al., 2008). Once they have made their choice, the swarm bees launch again into flight and fly together to their new dwelling place, generally a tree cavity a kilometer or more away (Seeley and Morse, 1977Villa, 2004). A curious feature of the home-site selection process is that it involves only 3–5% of the bees in a swarm, the so-called `scout bees’ (Seeley et al., 1979Seeley and Visscher, 2007). We know, therefore, that fewer than 5% of a swarm’s members have visited (and hence know the location of) the swarm’s new home site as the swarm makes its cross-country flight to its new domicile.

How does the small minority of informed bees provide guidance to the rest of the bees in an airborne swarm? Avitabile and colleagues hypothesized that the informed bees guide the other bees chemically, by releasing an assembly pheromone on the front of the cloud of flying bees, thereby creating an odor gradient that indicates the desired flight direction (Avitabile et al., 1975). However, this hypothesis has been falsified by Beekman and colleagues, who found that swarms composed of bees whose assembly pheromone glands were sealed shut were perfectly capable of flying directly to a new nest site (Beekman et al., 2006). There are currently two other hypotheses, both suggesting that the informed bees provide guidance information to the other bees visually. The first, which we call the `subtle guide’ hypothesis, suggests that the informed bees do not conspicuously signal the correct travel direction but instead steer the swarm by tending to move in the direction of the new home. Simulation work has shown that if each individual in the swarm attempts to avoid collisions by turning away from neighbors within a critical distance, and tends to be attracted towards and aligned with neighbors outside the critical distance, and flies either with a preferred movement direction (informed individuals) or without a preferred movement direction (naive individuals), then the swarm will be steered toward its new home even if the proportion of informed individuals is small (<10%) (Couzin et al., 2005). The second hypothesis, which was originally proposed by Lindauer (Lindauer, 1955) and which we call the `streaker bee’ hypothesis, suggests that the informed bees conspicuously signal the correct travel direction by repeatedly making high-speed flights through the airborne swarm in the direction of the new home followed by low-speed flights along the edge of the swarm to return to the back of the swarm. The non-leader dynamics are similar to those of the subtle guide case, they obey attraction and repulsion rules, but at least part of the alignment rule favors alignment with fast-flying agents. Here again, simulation work has shown that the streaker bee hypothesis is a plausible mechanism of flight guidance (Janson et al., 2005). The key difference between the two strategies is whether or not naive individuals favor alignment with only the fastest flying individuals, and whether the informed leaders are acting on this tendency. A photographic analysis has recently shown that there are fast-flying, streaker bees in swarms, especially in the upper half of the cloud of flying bees (Beekman et al., 2006), but this analysis could not determine the direction of flight of the fast-flying bees. Here, we report a video analysis that tested whether or not these streakers are preferentially traveling in the direction of a swarm’s new home.

Ascertaining whether or not the fast-flying bees in a swarm are flying in the direction of the swarm’s destination is important because it enables us to resolve the subtle guide and streaker bee hypotheses. A swarm of bees is sparse and the bees inside appear to be flying in every direction. The subtle guide hypothesis does not predict that the bees flying toward the new home site will have higher speeds than the bees traveling in other directions, whereas the streaker bee hypothesis does predict the presence of high-speed bees flying toward the new home site. Such bees, if they exist, are likely to include not only the informed streaker bees but also uninformed bees reacting to the streaker bees.

Several features of a flying swarm of honeybees make it difficult to track the movements of individual bees in a swarm. First, a flying swarm is a large cloud composed of small bees. A typical swarm stretches 8–12 m from front to rear, 6–8 m from side to side and 3–4 m from top to bottom, but each bee is only 14 mm long. Thus it is difficult to both film an entire swarm and obtain detailed information on the individuals within it. Second, a flying swarm contains thousands of bees, so tracking a sizable fraction of them is a mammoth task. Third, a flying swarm traverses hundreds or thousands of meters, and so its entire flight cannot be filmed from any one site. These three features of honeybee swarms make the present study substantially different from previous video analyses of schools of fish or swarms of other insects (reviewed by Parrish and Hamner, 1997). For example, Okubo and his colleagues studied swarms of midges (Anarete pritchardii), which are much smaller than swarms of bees, both in volume and number of individuals, and which do not travel far (Okubo and Chiang, 1974Okubo et al., 1981). These investigators accomplished things that are not yet feasible with swarms of bees, such as filming the midge swarms close up and extracting information on the individual midges’ movements in three dimensions by exploiting the shadows cast by the midges on a white backdrop. Also, small schools of fish have been analyzed in an observation tank where stereovision techniques could be used to reconstruct the trajectories of individual fish in three dimensions (Grünbaum et al., 2004). Here the small group size, large individual size and limited movement area made possible methods that cannot yet be used with swarms of bees.

MATERIALS AND METHODS

Video data collection

To have a swarm fly directly over the video camera along a flight axis that parallels the left and right sides of the camera’s field of view, we needed control over the nest site that the swarm would choose. To achieve this control, we offered an attractive nest box to swarms of bees that we took to Appledore Island, a 39 ha island off the coast of Maine (42°58′N, 70°37′W) where there are no trees large enough to contain potential nest cavities and where few other suitable nest sites can be found by bees.

The swarms we used were artificial swarms, prepared by shaking 1.0 kg of bees, about 8000 individuals, from the combs of a hive into a screen cage with their queen in a smaller cage among them, then feeding this cage of bees with sucrose solution (1:1 sucrose:water by volume) for 3 days. The production of abundant wax scales signified that these bees had shifted into a condition like that of a natural swarm, and we then set them up on a stand for observation. The swarm stand was that described by Seeley and Buhrman (Seeley and Buhrman, 1999). We set up each swarm, one at a time, in a clearing beside the old Coast Guard building, and placed a 40 l nest box with a 12.5 cm2 entrance hole, like that described by Seeley and Morse (Seeley and Morse, 1978), at a distance of 255 m from the swarm. The nest box, which has characteristics favored as a home site by bees, was sheltered from wind, sun and rain in a small hut. Each swarm chose the nest box that we provided for its future home. Before each swarm took off to fly to the nest box, we released the queen from her small cage (except in one case discussed below) so that the swarm could perform a normal flight to the nest box.

Between 15 June and 3 July, 2006, we recorded the flights of several swarms. However, because the video data processing for even just one swarm required several hundreds of hours of exacting work, we fully analyzed only the recording of the swarm that flew to the nest box on 2 July. In this case, the camera was positioned 15 m from the swarm stand, so the recording was made of the swarm when it was just starting to move away from the swarm stand but was already clearly showing its flight direction: straight toward the nest box. During this swarm’s fly-over of the camera, there was a moderately bright background of blue sky and little or no wind. We also present data from two additional swarm flights where we analyzed only a fraction of the video of each fly-by. The swarm fly-by of 29 June had a caged queen and was filmed 9 m from the swarm stand, and the fly-by of 3 July had a queen free to fly with the swarm and was filmed 8 m from the swarm stand. Again, there was little to no wind, and in both cases the swarms had begun to fly in the direction of the nest box. However, in these latter two cases, the sun was high in the sky and there were many clouds. The bright sun and clouds present some difficulties in data extraction and for this reason these two cases were not analyzed as fully as the more ideal 2 July fly-by.

Video camera and experimental setup

After filming several flying swarms with different cameras in pilot studies, we chose a Sony HDR-HC1 high-definition miniDV camcorder, mainly because it has interlaced scanning, high resolution and variable shutter speed (see below). We filmed flying swarms from below, to minimize the camera-to-swarm separation, to maximize bee-to-background contrast, and to determine each bee’s flight direction relative to the swarm’s axis of travel, i.e. the direction to the new home. The camera was mounted on a tripod located along the swarm’s flight path (see Fig. 1) and aimed straight up, with the bottom of the camera facing the swarm’s cluster site and perpendicular to the line of the swarm’s flight. This layout caused the leading edge of the swarm cloud to cross the bottom of the camera’s field of view first, and it allowed the widescreen aspect of the camera to capture a wide, vertical `slice’ of the swarm cloud. We used a wide-angle lens with minimal zoom (0.7) to maximize the portion of the swarm cloud recorded at any one time. The camera’s focus was set manually to 3 m, which put its focal plane at a vertical height that roughly corresponded to the center of the swarm cloud. The camera’s shutter speed was adjusted to its fastest setting, 1/10,000 of a second, to minimize blurring of the flying bees. Because we were filming under an open sky, the camera received sufficient light to give excellent recordings despite the extremely high shutter speed.

Fig. 1.

Camera setup for swarm fly-by filming.

The Sony HDR-HC1 camera captures 1440×1080 rectangular pixels in a 16:9 ratio (so the output video is 1920×1080 square pixels) at a frame rate of 60 interlaced (60i) frames per second. The interlacing of frames means that 540 of the 1080 horizontal lines are updated each 1/60 of a second, in such a way that every other line is updated at once. This contrasts with a progressive frame rate where the entire field is updated at once, typically 24 or 30framess–1 (denoted 24p or 30p). A frame rate of 60i frames s–1results in the entire field being updated at 30 frames s–1, but when objects are traveling rapidly there is some displacement between where the object appears on one set of horizontal lines and the other set in sequential interlaced half-frames. Typically, interlaced video is fed through a de-interlacing algorithm to resolve this discrepancy, thus producing a video image that appears smooth and correct to the human eye. However, because we could use the displacement information between successive 60i half-frames to determine each bee’s direction of movement, we did not de-interlace our video recordings. supplementary material Fig. S1 shows a screen capture of one frame of the interlaced video. It shows several `pairs’ of bees, each of which represents just one bee that is moving so fast that the interlacing causes it to appear twice, once for each scan. The image also shows how for each bee we could determine a line of travel. We could also compare the speeds of bees, by comparing the distances between interlaced images of different bees; comparisons were made only between bees that were approximately the same size in the video image, and hence were at roughly the same altitude. We had to ignore the complication that not all bees were traveling precisely in a plane perpendicular to the axis of the camera.

Video data processing

Video processing was done with the Max/MSP software using the Jitter package, developed and distributed by Cycling `74 (San Francisco, CA, USA). In addition to the base packages (`patches’) included in Max/MSP and Jitter, we also used a set of computer vision patches for Jitter: cv.jit (Pelletier, 2006). Jitter provides a library of computer vision routines, including morphological erosion and dilatation patches that were especially helpful in this study. The main attraction of this software is that it allows one to process video streams using standard building blocks. Additionally, all of the data are stored in matrix format, and can be manipulated as one complete matrix or as individual cells. Furthermore, there is built-in support for mouse, keyboard, and file input/output, which simplifies constructing a user interface that easily handles a variety of image types.

Our video processing algorithm served to split the input video stream into two concurrent streams, one containing the bees in the top region of the swarm and another containing the bees below the top region, hereafter called the bottom region. Under the ideal conditions of the 2 July fly-by, our top region contained 10–20% of the bees in the swarm and the bottom region contained the rest (see sample sizes in Fig. 3). For the other two cases, the variability of brightness in the sky made it more difficult to isolate only the bees flying in the top of the swarm, and the bright sun washed out bees flying near it, resulting in those bees appearing smaller (and thus higher) than they actually were, or erasing them entirely. As a result of this, the percentages of bees gathered in the top of the swarm are higher than in the 2 July case (supplementary material Table S1).

The first step in the video processing was to convert the color video to grayscale, and then to find the pixels with intensity above a threshold. At this point, we had a video stream of black, interlaced blobs on a white field, which correspond to the bees on the original video stream. Next, we used the morphological dilatation operation followed by an erosion to fill in the gaps from interlacing, and to eliminate noise. We then applied multiple erosion operations to eliminate the small bees, i.e. those in the top of the swarm. Multiple dilatations were then performed to bring the remaining bees (those that were relatively large in the original stream) back to their original size. We then used the video stream of the larger bees as a mask on the stream with all the bees in it, thereby producing a stream with only the smaller bees in it. At this point, we had two streams of video, one with large blobs and one with small blobs representing bees in the bottom and top portions of the swarm, respectively. The final processing step was to run each video stream through a filter that held the black blobs on the screen, but slowly faded them to gray as the video was advanced, thereby producing a fading `trail’ of each bee’s flight path. We then clicked on the trails of bees, one by one, to obtain the velocity vectors (via the difference in position along trails between interlaced frames) of individual bees for each set of 10 consecutive frames (see Fig. 2). Due to memory and computational delays, we could gather at most 500 blob positions in each set of 10 consecutive frames. When there were more than 500 blobs on the screen, data were collected (by clicking on blobs, in pairs) such that each bee’s trail had the same length but was less than 10 blobs long. At this point, if fewer than 500 blobs total had been clicked on, then trails were chosen at random to receive an extra pair of blobs. In the end, all 500 blobs were distributed among the trails so that the trails were matched in length. Blobs were gathered in pairs so that we could extract both position and velocity information on the bees. For the swarm fly-bys of 29 June and 3 July, the decay rate of the filter was increased, and data were gathered only from the most recent frame, so that these two swarms were essentially sampled every 10 frames, instead of nearly the entire swarm (subject to computational limits) that was gathered in the 2 July case.

Throughout the data collection, the camera was oriented so the top of the recorded image pointed toward the nest box and therefore represents the direction of swarm travel (see Fig. 1). During the data processing, however, the origin falls in the top-left corner of the screen in Fig. 2 [pixel (0, 0)]. Thus, in representing the angles of the bees’ flight trajectories, 0 rad corresponds to the right of the screen, 0.5π rad corresponds to the bottom of the screen (flight rearward toward the swarm stand), 1.0π rad corresponds to the left of the screen and 1.5π rad corresponds to the top of the screen (flight forward toward the nest box). We expect, therefore, the most common flight trajectory to be near 1.5π rad, which is the direction of the nest box.

Fig. 2.

Screenshot of data acquisition process. Direction of swarm flight is given in π rad.

RESULTS

Distributions of bee flight angles

In our analyses, each swarm fly-by is divided into the front, the middle and the rear of the swarm, and further separated into bees in the top and bees in the bottom, giving a total of six overall divisions for each swarm. The 2 July fly-by was split into frames 1–1000, frames 1001–2500 and frames 2501–3480; the 3 July case into frames 1–800, frames 801–1400 and frames 1401–2009; and the 29 June case into frames 1–1000, frames 1001–2500 and frames 2501–3590. Fig. 3 shows the 2 July angular distributions of the bee flight movements for these three sections of the video, with separate sets of distributions for bees in the top and bottom regions of the swarm. From these three pairs of distributions, it can be seen that in the middle of the swarm there is a marked difference in tendency to fly toward the nest box (aligned with the flight axis of the whole swarm) between bees in the top vs bottom of the swarm. The bees in the top were clearly more likely to be traveling toward the nest box than were the bees in the bottom. The plots representing data from the rear of the swarm show little difference in directionality between top and bottom bees, while those from the front of the swarm show an intermediate level of directionality difference between top and bottom bees. Fig. 3 also reveals a bimodality in the distributions of flight angles for bees in the rear of the swarm, in both top and bottom regions. Fig. 3E and F both show two peaks, one near 1.25π rad and one near 1.75π rad, indicating that bees in the rear of the swarm were not tending to fly parallel with the axis of the swarm’s flight. Similar, although not as distinct, results hold for the 3 July and 29 June cases, which are included in the supplementary files (supplementary material Fig. S2 and Fig. S4, respectively). We provide below a more quantitative analysis of the differences in flight directionality between top and bottom bees.

To determine whether the directedness observed in the angular plots is significant we used the circular statistics as presented by Batschelet (Batschelet, 1981). The principle statistic used is the notion of the mean vectorμ∈ R2. If the set of N angular measurements of a given sample are denoted by θi, i=1,…, N, then:Math(1)and we denote r=||μ||∈[0, 1] and Math, 2π), where||·|| is the Euclidean norm and Math is the angle in the plane. supplementary material Table S1 shows the sample size of each swarm portion for each fly-by, along with ϕ, r and the circular variance s2=2(1–r) (Batschelet, 1981).

The Rayleigh test is one of the classic tests for orientedness in angular observations vs the null hypothesis of a uniform angular distribution. It is known that the statistic 2Nr2 is distributed as a chi-square with two degrees of freedom (Mardia and Jupp, 2000). All of the Rayleigh tests reject the null hypothesis with high confidence (<0.002), so no additional, more powerful tests for orientedness or corrections for bimodality were performed (see supplementary material Table S2).

Top–bottom comparisons of scatter in flight angles, from front to rear of swarm

To compare the scatter in flight angle distributions between top and bottom bees, we used the notion of angular variance defined as s2=2(1–r) presented by Batschelet (Batschelet, 1981). We denote the angular variances of the top and bottom by Math and Math, respectively. For each of the three swarms, across all three time divisions, all of the top distributions were more concentrated (i.e. had less angular variance) than the corresponding distribution in the bottom. To test whether the sample angular variances differed significantly from top to bottom we used a non-parametric test for dispersion which tests the angular deviation from the samples’ respective mean angles, i.e. differences in mean angle do not affect the test, only the concentration of angles about the mean. For each portion of the swarm, the angular distances between each measured angle and that portion’s mean angle were calculated. Then, a univariate rank test (Wilcoxon–Mann–Whitney U-test) was applied to the calculated distances for each top–bottom pair (see Table 1).

Table 1.

Table of top–bottom comparison of angular concentration

Using a similar idea to that above to ascertain the significance of the dispersion of the flight trajectories to the direction of the new nest-site, 1.5π rad, we calculated the angular distance between each measured angle and 1.5π rad, and repeated the above rank test. For this test, we present the average angular distance from 1.5π rad of each swarm portion as a measure of concentration (denoted by Mathand Math for the top and bottom, respectively), as well as the significance level of the U-test (seeTable 2).

Table 2.

Table of top–bottom comparison of angular concentration about 1.5π rad

Fig. 3.

Distribution of flight angles, for the swarm fly-by of 2 July. The dashed line indicates the direction of the new nest site (1.5π rad), and the dash-dot line indicates the angle of the mean vector, Embedded ImageN, sample size.

Quartile plots of bee flight speeds

Fig. 4 shows the distribution of the bees’ flight speeds (in pixels per half-frame) grouped by flight angle, for the fly-by of 2 July. Note that the flight speeds that we measured are not the true velocity vector for each bee, but instead are the projection of each bee’s velocity vector onto the plane of the camera’s field of view. Furthermore, the greater the distance between bee and camera, the smaller the projection of any given velocity vector, so the higher average flight speeds measured for the bottom of the swarm than for the top are probably an artifact of our measurement system. Comparisons between bees in the top or between bees in the bottom, however, are less subject to this artifact problem.

In general, plots of the middle of the swarm show marked peaks in flight speed associated with bees flying toward the nest box (1.5π rad) in both the top and the bottom of the swarm, for all three fly-bys. Evidently, in the middle of the swarm, both in the top and the bottom, the bees flying along the axis of swarm flight were flying faster than those flying in other directions. A similar, but less striking, pattern exists for the bees in the front of the swarm, especially among bees in the top of the swarm. For bees in the rear of the swarm, the flight speed distributions are nearly flat, for both top and bottom bees. The data from the 3 July fly-by exhibit this peaking trend in the middle and the rear, although to a lesser extent in the rear. The 29 June case shows only the slightest peaking in middle cases. Both of these figures are included in the supplementary data (supplementary material Fig. S3 and Fig. S5).

In order to assess the significance of these peaks, several statistical tests were performed. The first test performed on the peaks was to use an analysis of variance to see whether the peaked region varied significantly from the rest of the angular ranges. First, the velocities of each swarm portion were divided into four ranges of size π/2 rad centered on 0.5π,π , 1.5π and 2π, based on their angle. The magnitudes of these four angular ranges were then processed using a one-way ANOVA to test the null hypothesis that all four were drawn from the same population. Table 3 shows the results of this analysis, indicating that in nearly every swarm portion the observed peaking is significant. In some instances, the results of the ANOVA reject the null hypothesis, but the peaking trend is not as clear for that swarm portion. Due to this, we present two correlation based quantifications for this peaking behavior, with corresponding P-values against the alternative hypothesis that the correlation is greater than or equal to zero.

Table 3.

Summary of ANOVA results and correlation-based analysis of velocity peaking

The first correlation-based analysis was to use Spearman’s rank correlation coefficient (denoted ρ) between the magnitude of the velocity vs the angular distance between the angle of the velocity vector and 1.5π rad. Spearman’s correlation coefficient is a non-parametric analog to Pearson’s correlation coefficient [in fact, it is Pearson’s correlation coefficient calculated for the ranks of the observations (Conover, 1971)]. The second analysis used the same angular groupings as the quartile plots, and merged the groups with the bin-centers that are the same angular distance from 1.5π. Then, Spearman’s correlation coefficient was calculated for the median magnitudes of the merged groups vsthe angular distance of the bin-centers from 1.5πrad (denoted by ρmed). The results for both of these calculations are shown in Table 3, along with the large-sample approximation to the permutation distribution of the probability of the null hypothesis that the actual correlation is greater than or equal to zero. In nearly every swarm portion, the correlation-based analyses yielded significant indications of velocity peaking by the bees flying toward the nest box.

DISCUSSION

Our video analyses of honeybee swarms flying directly over a camera have revealed several striking features of the flight patterns of the bees in the swarms. Regarding flight direction (Fig. 3; Tables 1 and2supplementary material Table S2), we found that bees in the top–middle portion of a swarm showed the strongest tendency to fly toward the nest box. This is evident both in Math, which is nearest to 1.5π rad at this portion of the swarm for all three cases, and by the lower values for Math for these cases. Regarding flight speed, we found that bees flying toward the nest box had average speeds noticeably higher than bees not flying toward the nest box (Fig. 4Table 3). These trends are summarized schematically by Fig. 5. The top of the swarm has fast-flying bees and high alignment in the middle portion, and slower bees with lower alignment in the other portions. The bottom of the swarm is much less aligned than the top, but there are fast bees flying in the direction of the nest site. In general, the swarm is very chaotic with bees flying in all directions with a wide range of speeds.

What do these patterns tell us about how the informed bees provide flight guidance to the others? Specifically, do the flight patterns support more strongly the subtle guide or the streaker bee hypothesis? The flight direction data support the notion of leaders flying in the top of the swarm, but do not favor one hypothesis over the other. The flight speed data, however, do strongly favor the streaker bee hypothesis. Consider first the flight direction data. Both the subtle guide and the streaker bee hypotheses predict that the informed bees will fly preferentially toward the nest box and so induce other bees to do likewise. Thus, the finding that bees in the top–middle region of the swarm flew preferentially toward the nest box supports both hypotheses. At this point, we are not certain that the pattern of coherent flight toward the nest box in the top of the swarm represents the actions of the informed bees, but this seems likely, especially when one considers that the percentage of bees in the top–middle of the swarm was small, <10% (Fig. 3, compare the sample sizes for top and bottom data), and it is known that the percentage of informed bees in a swarm is also small, <5% (Seeley et al., 1979;Seeley and Visscher, 2007). Due to the aforementioned brightness issues, the other two fly-bys do not have this same distribution of bees between the top and bottom, but there were generally at least twice as many bees in the bottom as the top for most of the swarm portions.

Consider now the flight speed data. The subtle guide hypothesis predicts that the informed bees will differ from the uninformed bees only by having a preferred direction of flight, but the streaker bee hypothesis predicts that the informed bees will differ from the others by having not only a preferred direction of flight but also a higher speed of flight. Thus, only the streaker bee hypothesis predicts the finding that bees flying toward the nest box had higher speeds than those flying in other directions. Similarly, since we have these fast-flying bees traveling at rates significantly faster than the overall motion of the swarm, we can conclude that these fast-flying bees must have some method for making repeated streaks through the swarm, e.g. by returning along the bottom and edges or by stopping completely and allowing the swarm to pass by. If this were not the case, then these fast-flying bees would continue to fly rapidly forward and thus leave the swarm. If the swarm were using subtle guides, we would not see this higher velocity towards the nest site, as the subtle guides would reach the front of the swarm and stay there, not accounting for the persistent pattern of fast-flying bees through the swarm. We conclude, therefore, that our flight speed data strongly favor the streaker bee hypothesis over the subtle guide hypothesis for the mechanism of flight guidance in honeybee swarms.

Fig. 4.

Flight speed vs flight angle for the swarm fly-by of 2 July. The dashed line indicates the direction of the new nest site (1.5π rad), and the dash-dot line indicates the angle of the mean vector, Embedded Image. In these plots, the inner quartile range is denoted by bold lines with a gap for the median, the outer quartile range by thin lines, and outliers by a +.

There is a complication to our above conclusions that needs to be addressed. It is the possibility that the observed peaks in the velocity plots are artifacts of projection. Since we recorded the projections of the bees onto the focal plane of the camera, the calculated velocities are actually the real velocities multiplied by the cosine of the (unknown) azimuthal deviation from the focal plane. If the bees flying in the direction of the nest site flew more parallel to the ground than the bees flying in other directions, then it would appear that the bees flying toward the nest site were faster than the other bees (whose velocities would be projected shorter on the focal plane). However, it was shown by Beekman and colleagues that the azimuthal angles for bees in both the top and the bottom are heavily concentrated around the focal plane (Beekman et al., 2006). In this case, if flight speed were truly independent from flight angle, we would expect the maximum flight speeds to be uniform across planar angular ranges as the large number of samples should produce fast-flying bees that are flying nearly flat with the camera, giving similar maxima between planar flight angles. This is not what is seen for the velocity plots of the bees in the top (Fig. 4), and would most probably hold for bees in the bottom if it accounted for bees flying very close to the camera.

There are additional observations to note that do not directly relate to the subtle guide vs streaker bee hypothesis. As noted above, individual bees are traveling much faster than the swarm as a whole is traveling to the new nest site, and through the data collection process it was found that most bees are traveling in fairly straight lines (see Fig. 2). These two observations indicate that a bee makes many `trips’ across the swarm as the swarm travels to the new nest site, and that a bee’s detection of the swarm `edge’ and center, in addition to its attraction to fast-flying bees, could be key to the swarm flight dynamics. The bimodality present in Fig. 3E,F could be indicative of this boundary behavior. For instance, a bee that is at the rear of the swarm and away from the swarm’s central axis (in the rear `corner’) presumably would avoid flight angles that would take it away from the edge of the swarm whereas a bee that is in the rear of the swarm and near the central axis presumably would not face this restriction. Another observation that is consistent across the three swarm fly-bys is that the mean angle for the bottom–middle is on the opposite side of 1.5π rad compared with the top–rear. This could be a result of corrective steering by the leader bees.

The results of this study complement several of the findings reported by Beekman and colleagues (Beekman et al., 2006). Let x denote the direction of swarm travel, y the direction parallel to the ground and perpendicular to x, and z the height above ground. We report data gathered with a video camera oriented with a bottom view of a swarm, hence our data indicate the velocity vectors of the bees projected in the xy plane, with approximate information about bee position on the z-axis (a bee is either in the top or the bottom portion of the swarm). Beekman and colleagues report data gathered with a photo camera oriented with a side view of a swarm (Beekman et al., 2006), hence their data indicate the velocity vectors of bees projected in the xz plane, with no information about bee position on the y-axis. Viewing swarms from the side, they showed conclusively that bees in the top of the swarm travel faster and with greater directionality (in the xz plane) than the bees in the bottom, but their photos did not allow them to determine the direction of the bees’ movements in the xy plane (whether toward the new nest site, away from it, or some angle in between). Viewing swarms from the bottom, we have confirmed their report that bees in the top of the swarm have greater directionality than the bees in the bottom – especially in the middle portion of the swarm – and we have shown that this greater directionality is oriented toward the new nest site.

Fig. 5.

Schematic summary of velocity vectors.

Another feature of individual bee motion that is revealed by our video data, but not by the photo data of Beekman and colleagues (Beekman et al., 2006), is that many bees in a swarm are flying in directions (in the xy plane) other than that of the new nest site. This was particularly true for the bottom–front and bottom–middle portions of the swarms we studied (see Fig. 3), for which the flight angle distributions are nearly uniform. This suggests that the uninformed bees are mostly flying in random directions when in the center of the swarm cloud, though given that a swarm maintains cohesiveness, these uninformed bees must be orienting themselves towards the swarm center when they approach its edge.

If the streaker bee hypothesis is indeed correct, then the higher flight speed of bees flying toward the nest box that was observed throughout the swarm (top and bottom, front to rear) suggests that the informed bees induced the uninformed bees not only to fly toward the nest box but also to fly faster. Probably, the uninformed, follower bees `latched onto’ the informed, streaker bees by some sort of velocity attraction to the fast-flying bees. Both the informed and uninformed bees flying rapidly forward must, however, eventually slow down and change direction lest they shoot ahead, leaving the rest of the swarm behind. We did not see a concentrated band of flight angles and flight speeds at the front of the swarm, which is consistent with the idea that the high-speed, forward-flying bees did indeed slow down and veer from the swarm’s flight axis upon reaching the front of the swarm.

We conclude by noting that although this study shows that the informed bees are evidently providing flight guidance by streaking, this study has not provided detailed information about the streaking behavior of the informed bees. Presumably, each informed bee makes repeated streak flights through the swarm, which raises the question of how the repetition is achieved. There seem to be two logical possibilities: (1) stop at the front of the swarm and permit the swarm to fly past, or (2) fly inconspicuously (slowly? along the bottom?) to the rear of the swarm. Do the informed bees perform slow returns along the lateral edges of the swarm, thus flying circuits in the xy plane? This might promote swarm cohesiveness by helping to define its boundary. It is also possible that the informed bees could return slowly along the bottom of the swarm, so that they are flying circuits in the xz plane. This might make them inconspicuous against a dark background below. The streaking behavior of the informed bees is a mystery that merits close investigation.

LIST OF ABBREVIATIONS

N
sample size
r
length of the mean vector
s2
angular variance
s2bottom
angular variance of flight angles of bottom of the swarm
s2top
angular variance of flight angles of top of the swarm
Math
angular concentration around direction of the nest for the bottom of the swarm
Math
angular concentration around direction of the nest for the top of the swarm
μ
mean vector
ρ
Spearman’s rank correlation coefficient (calculated for flight speed vs angle)
ρmed
Spearman’s rank correlation coefficient of median flight speed vs flight angle
Math
angle of the mean vector

ACKNOWLEDGEMENTS

We thank Aleix Martinez (The Ohio State University, Department of Electrical and Computer Engineering) and Matthew Lewis (The Ohio State University, Advanced Computing Center for the Arts and Design) for their help with the camera selection process. Also, Matthew Lewis’ assistance was essential to the development of the data processing program. We also thank Susan Cobey for her assistance with the pilot studies at the Ohio State University’s Rothenbuhler Honey Bee Lab. Finally, we thank Kirk Visscher (University of California-Riverside, Department of Entomology) for his assistance with the swarm experiments on Appledore Island, and William Bemis, Director of the Shoals Marine Lab, for allowing us to fly swarms of bees across Appledore Island. This research was supported in part by the US National Science Foundation (grant no. IBN02-10541 to T.D.S.).

FOOTNOTES

References

View Abstract